dinsdag 26 mei 2009

zaterdag 11 april 2009

Hoe kan ik een beter proefwerk maken

Hoe kan ik een beter Proefwerk maken? Versie klas 2
Twee soorten vragen
Vragen uit proefwerk over de Reformatie.
Oefenen met het boek.
Aan de slag met het geschiedenisboek

1) TWEE SOORTEN VRAGEN
In een proefwerk vind je twee soorten vragen:
Reproductievragen. Het antwoord op de vraag kun je uit je hoofd leren, of met een ander woord: reproduceren. Dit zijn de makkelijkste vragen. Je krijgt er dan ook minder pounten voor dan voor de inzichtvragen.
Inzichtvragen.
Inzichtvragen zijn voor de meeste leerlingen lastiger. Dat komt omdat je iets meer moet dan alleen de kennis herhalen die in je boek staat. Bij een inzichtvraag moet je op basis van de kennis die je hebt iets extra’s doen. Hoe bedoel je iets extra’s? Nu, dat zit zo.

Vragen over een bron.
Op een proefwerk kan je bronnen krijgen (beeld of tekst) die je nog niet eerder gezien hebt. Lees of bekijk ze goed. Laat in je antwoord zien dat je de bron begrepen hebt door een relevant stukje uit de bron te citeren of als het een afbeelding is, de afbeelding te beschrijven. Met behulp van de bron moet je een verband leggen met iets dat je geleerd hebt. Ik zal dat hieronder in een paar voorbeelden laten zien.

Verbanden leggen. Een verband leggen tussen verschillende zaken die je geleerd hebt, vereist ook meer dan alleen reproduceren van kennis. Zie hieronder voor een voorbeeld.

Je verplaatsen in de denkwijze van de mensen uit die tijd.
Dit is ook meer dan alleen reproduceren. Er wordt van je verwacht dat je probeert te verplaatsen in bijvoorbeeld de jagers-verzamelaars en Egyptenaren. Waar geloofden die mensen in? Hoe zagen zij de wereld?

Goed taalgebruik en een goede vaardigheid in begrijpend lezen
Begrijpend lezen is heel belangrijk voor het vak geschiedenis.
Je moet goed de vraag begrijpen. Waar wil de vraag heen? Wat moet ik allemaal beantwoorden. Je moet de bron goed begrijpen anders kun je de bron nooit goed verwerken in je antwoord.
Wie veel boeken leest heeft dus een stapje voor bij geschiedenis, omdat veel lezen het tekstbegrip bevordert. Uit die tv en pak dat boek!


Goed taalgebruik
Je moet een duidelijk antwoord formuleren. Vaak moet je een redenering geven, verbanden aantonen. Veel leerlingen denken dat je met een woord klaar bent. Dat is geen antwoord, maar een losse kreet.

2) VOORBEELDEN

In het afgelopen proefwerk was dit de eerste vraag.,

Vraag 1:
Rond 1500 waren de Middeleeuwen ten einde. Op allerlei gebieden werd een nieuwe tijd merkbaar.
a. Noem drie ontwikkelingen, naast de Reformatie, die belangrijk waren voor het ontstaan van deze Nieuwe Tijd. 

Dit is een leervraag. Staat gewoon in de inleiding.

- Ontdekkingsreizen. Wereld veel groter dan gedacht. 

- Kunst en wetenschap nietr alleen om god te dienen, maar om leven te veraangenamen. (Renaissance)

- Steden groeiden en werden door handel steeds rijker. 

- De mens werd een individu. 


b. Leg uit waarom de Reformatie een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het beëindigen van de Middeleeuwen. (2p)

Leervraag:
- Ze viel de macht van de katholieke kerk aan die gedurende de hele Middeleeuwen dominant was geweest.

c. Welke overeenkomst bestaat er tussen Reformatie en de Renaissance wat betreft hun inspiratiebron? (2p)

Leervraag. Verteld in de les. 

- Beiden hallen hun inspiratie uit het verleden. De renaissance uit de Oudheid. De Reformatie uit het vroege Christendom.

- Beiden leggen de nadruk op het individu. In Middeleeuwen was de groep belangrijker.

De vraag hieronder is natuurlijk ook een reproductievraag. Leren = goed hebben. 

Vraag 7. Ook een leervraag. Antwoorden stonden letterlijk in het boek. Slecht gemaakt. Zoek zelf de antwoorden maar op.

a. Noem twee redenen waarom Karel V de paus steunt in zijn strijd tegen Luther. (2p)


b. Leg aan de hand van twee maatregelen bij het concilie van Trente uit hoe de katholieke kerk de protestanten wil verslaan. (2p)


Vraag 3 was een stuk lastiger. Bij deze vraag moet je
- aandachtig beschrijven wat je op de bron ziet of wat je in de bron kan lezen. 
- De inhoud van de bron combineren met de vraagstelling.

- Vaak wordt er gevraagd wat de mening is van de schrijver/tekenaar van de bron. Je moet dus de vaardigheid hebben je te verplaatsen in de maker van de bron. 


3. 
a. Gebruik bron 4. 
Geef met behulp van bron 4 twee redenen aan waarom de aflatenhandel volgens Luther een leugen was van de katholieke kerk. (2p)

Let op: maak duidelijk gebruik van de bron. 

- Er staat dat je duidelijk gebruik moet maken van de bron. Doe dat dan ook!

- Citeer een gedeelte uit de bron dat relevant is voor het antwoord. Leg tevens uit waarom dat citaat belangrijk is. Alleen citeren is dus niet voldoende. 

- Antwoord: in regel 6 stelt Luther dat ‘de paus kan geen enkele schuld vergeven tenzij door te verklaren en te verzekeren, dat ze door God vergeven is.’ Hieruit blijkt dus dat niet de kerk, maar aleen Gopd zelf zonden kan vergeven. Het kan dus niet zo zijn dat de kerk aflaten schenkt waarin staat dat de zonden van de gelovigen vergeven zijn.

- Tweede reden: probeer dat zelf mooi te formuleren.




Bron 4: UIT DE 95 STELLINGEN VAN LUTHER

Onze Heer en meester Jezus Christus heeft, toen hij zeide: "Bekeert u, enz." bedoeld, dat het hele leven van de gelovigen een bekering-en-boetedoening moet zijn.
Dit woord kan niet opgevat worden als betrekking hebbend op de sacramentele boetedoening (dat is de biecht en de satisfactie, die door de priesters ambtshalve worden bediend).
Toch bedoelt Hij niet alleen de innerlijke, welnee, innerlijke boetedoening is geen boetedoening, als ze naar buiten niet allerlei kastijdingen van het vlees uitwerkt.
De boete duurt dan ook, zolang het zelfverwijt duurt (dat is de ware innerlijke boetedoening), te weten tot op de drempel van het koninkrijk der hemelen.
De paus wil en kan geen enkele boete kwijtschelden, behalve die hij ingevolge zijn eigen oordeel of ingevolge de regels van het kerkelijk recht heeft opgelegd.
De paus kan geen enkele schuld vergeven tenzij door te verklaren en te verzekeren, dat ze door God vergeven is, of het moest zijn, dat hij vergeeft in gevallen, die tot zijn bevoegdheid behoren; als dit over 't hoofd gezien werd, zou de schuld zonder meer blijven.
Zij, die leren, dat voor het vrijkopen van zielen of biechtbrieven berouw niet nodig is, prediken geen christendom.
Iedere willekeurige christen, die waarlijk berouw toont, heeft volledige kwijtschelding van straf en schuld; die komt hem ook zonder aflaatbrieven toe.
Iedere willekeurige waarachtige christen, hetzij levend, hetzij dood, heeft deel aan alle goede gaven van Christus en de kerk; die worden hem ook zonder aflaatbrieven gegeven door God.

b. Gebruik de bronnen 5 en 6. (2 leer 2p )
Geef voor beide bronnen aan waarom ze te maken hebben met de kritiek van Luther op de katholieke kerk. 

Tip
- Beschreef eerst wat je ziet. Daar ligt vaak al een deel van het antwoord
.
Antwoord

Bron 5: luxe, grote kerk (St. Pieter, maar dat hoeft er niet per se bij).

Bezwaar Luther: rijkdom van de kerk moet naar de armen gaan niet naar luxe kerken. 



Bron 6: we zien hier hoe beelden in de kerk kapot gemaakt worden (Beeldenstorm). 
Luther zei dat in de bijbel stond dat je geen afbeeldingen van het heilige mocht maken. De volgelingen van Luther namen deze kritiek erg letterlijk en mepten allerlei beelden kapot.


Bron 5:



Bron 6: De beeldenstorm
(staat in je boek)




3) OEFENEN MET HET BOEK


Neem sowieso de bijgevoegde instructie door met de titel ‘Aan de slag met het geschiedenisboek’. Zie de volgende pagina.
Oefenen met bronnen
In het boek staan zowel beeldbronnen als tekstbronnen. Bestudeer deze aandachtig.
- Train jezelf de beeldbronnen te beschrijven. Wat kun je zien? Wat vertelt deze bron je over de Grieken, Egyptenaren, Romeinen, Reformatie, Renaissance enz.?

Bij de tekstbronnen? Stel jezelf de vraag wat de kern van de tekst is? Welke visie kun je uit de tekst halen? Welk standpunt heeft de schrijver van de bron?
Maak de vragen bij de paragrafen. In de les komen we er niet toe de vragen te bespreken. Daartoe hebben we nakijkmappen in lokaal 207 staan. JE KUNT ZELF JE ANTWOORDEN NAKIJKEN en zodoende leren hoe je je beantwoording van de vraag kan verbeteren.
Overhoren. Vraag aan degene die je overhoort vragen te stellen die verder gaan dan alleen opsommen van feitjes. Laat ze vragen stellen over de bronnen uit het boek. Laat ze vragen welk verband er bestaat tussen bijvoorbeeld ‘democratie’ en het wij-gevoel van de Atheners. Laat ze vragen naar verschillen en overeenkomsten met andere hoofdstukken (zie de rode draad).
Dalton: voor degene die extra oefening nodig hebben: maak een afspraak met me. We kunnen dan bijvoorbeeld oefenen met het beschrijven van de bronnen uit het boek. Ik kan je overhoren. We kunnen samen vragen uit het boek maken. DOEN.




4) AAN DE SLAG MET HET GESCHIEDENISBOEK

Inleiding: 
Veel van jullie vinden het lastig precies te weten wat je nu moet leren bij geschiedenis. Moet ik de jaartallen weten en al de namen en plaatsnamen en oorlogen en weet ik wat meer? Soms wel, soms niet. Het gaat erom dat je de kern uit de tekst haalt, datgene dat echt belangrijk is. Hoe je dat doet is niet zo makkelijk. We gaan dit jaar veel aandacht besteden aan de vaardigheid de kern van de het hoofdstuk in een samenvatting op te schrijven. Gelukkig helpt het boek ons daar ook bij. 

Hoe helpt het boek bij het maken van een samenvatting:

1. Op de eerste pagina vind je een tijdbalk. Die geeft je belangrijke info over welke tijd het gaat! 


2. Vergeet bij het leren de Rode Draad niet!! Hierin staat het verband (de rode draad) met andere hoofdstukken. Vaak staat er ook in wat de kern van het hoofdstuk is. 


3. Vergeet bij het leren de inleiding niet! De inleiding wil aan de hand van een verhaal interesse wekken voor het hoofdstuk. Vaak staan er veel details in die je niet hoeft te leren

De inleiding sluit af met de hoofdvraag. Die is natuurlijk superbelangrijk. Je hebt het hoofdstuk pas goed geleerd als je uit je hoofd de hoofdvraag kan beantwoorden.


4. Elke paragraaf begint met een deelvraag. Schrijf deze telkens op in je samenvatting. Maak je samenvatting zo dat het antwoord op de deelvraag erin staat. 


5. In de tekst staan roodgedrukte woorden. Die moet je ALTIJD uit je hoofd leren. 


6. Vergeet bij het leren van het hoofdstuk niet de plaatjes te bestuderen. Op toetsen krijg je vaak vragen over plaatjes, ook over plaatjes die je nog nooit eerder gezien hebt. Leer jezelf dus om zoveel mogelijk informatie uit een plaatje te halen.


7. Belangrijk!!! Aan het einde van elk hoofdstuk staat de Afsluiting. Punt 4 is handig om te gebruiken voor het maken van een samenvatting. Hier staan namelijk vragen over het hoofdstuk die je moet kunnen beantwoorden. Een goede methode om een samenvatting te maken is om in het boek de antwoorden op deze vragen op te zoeken en op te schrijven.


8. Als laatste stap in de voorbereiding op de toets kun je met de CD-Rom aan de slag. Hier kun je een puzzel maken die alleen kunt oplossen als je over voldoende kennis bezit. Ook worden de begrippen in een filmpje uitgelegd.
Lees ook eens pagina 4 en 5 (in de nieuwe druk). Daar staat hoe het boek Pharos in elkaar zit. 


woensdag 25 maart 2009

Handleiding bij het bezoek aan het Mauritshuis en het Haags Historisch Museum

Let op: Je krijgt later ook een uitgeprinte versie. Dan haal ik ook de taalfoutjes eruit. Maar voor degenen die alvast willen gaan, staat hier de handleiding. Succes!

Handleiding bij het bezoek aan het Mauritshuis en het Haags Historisch Museum

Waarschuwing!!!! Deze handleiding is geen gids die je precies de weg toont. Deze handleiding is geen gebruiksaanwijzing die precies stap voor stap vertelt waar je moet aankomen. Deze handleiding helpt je op weg, maar je moet zelf je richting bepalen. Vraag me dus alsjeblieft niet wat je precies moet doen. Dat is een vraag die je jezelf mag stellen. Vergelijk deze handleiding maar met de instructies van je coach voordat je gaat hockeyen/voetballen/volleyballen. De coach geeft richting, maar jij moet zelf het veld in en je eigen wedstrijd spelen.

Hoe deze handleiding te gebruiken:
- Lees alles! Blader niet snel door naar waar precies staat wat je moet doen (zie hierboven bij de waarschuwing).
- In de handleiding vind je enkele beschrijvingen van schilderijen en voorwerpen die je in de musea kan zien. Ik probeer uit te leggen hoe je naar de voorwerpen kunt kijken, wat je ervan kunt leren, hoe je er (maar misschien ervaar je dat meteen wel) schoonheid in kan ontdekken. Deze manier van kijken kun je vervolgens gebruiken voor het bekijken van het hele museum. Door goed te kijken wordt het ineens ook makkelijk om de opdracht te maken.
- Laat je ouder(s)/oma/opa/tante/oom/buurvrouw zeker ook meelezen. Zij herkennen er vast van alles in en ze kunnen je zo weer verder helpen. Of misschien zie jij scherper dan je ouders en kan jij ze wat duidelijk maken. Het is ook heel goed als je ouders, oma enz. meehelpen met het maken van het werkstuk.

Wat is dat eigenlijk een museum (dit is een noodzakelijke warming-up! Niet overslaan dus!)
Het is opvallend wat er gebeurt als het woord museum klinkt in een tweede klas. ‘Bah, een museum. Dat is saai en stom. Wat heb je daar nu aan?’. Een museum is zo ongeveer het laatste waar jullie zin in lijken te hebben. Ik geef hier eerlijk toe dat hetzelfde het geval was toen ik in de tweede klas zat.
Maar met tegenzin ergens naartoe gaan, dat heeft geen zin. Want als je niet wilt dan zal je ook niets zien. Als je iets bij voorbaat al stom vindt, dan zal het ook stom blijven. We moeten dus proberen onze tegenzin kwijt te raken en zonder vooroordeel het Mauritshuis in te stappen.
Misschien moeten we ons eerst een afvragen wat dat nu eigenlijk is een museum. Eigenlijk is het antwoord heel simpel: een museum bevat voorwerpen die we bijzonder vinden. Vaak bestaat er ook maar een exemplaar van dat voorwerp. Dat maakt het museum meteen al anders dan een winkel. Daar vinden we allemaal dezelfde voorwerpen (denk aan de kledingrekken bij de H & M en de schappen in de Mediamarkt) en we kunnen deze voorwerpen kopen. Maar dat is niet de enige bijzonderheid van de voorwerpen die in een museum te vinden zijn. De voorwerpen worden de moeite waard gevonden te bewaren. Dat is al heel anders dan een H & M truitje: als het uit de mode is of te vaak gewassen dan verdwijnt het bij het afval. Hetzelfde geburt met een kapotte tv.
Maar wat is dan die bijzonderheid? De bijzonderheid heeft te maken met het verleden: de voorwerpen houden iets vast dat aan het verleden herinnert. We willen graag dat het blijft. Natuurlijk schreeuwen de reclames ons toe dat alles NIEUW moet worden, want nieuw is beter, maar tegelijkertijd weten we allemaal dat we ook willen vasthouden aan het verleden. In Keulen donderde het archief in elkaar en vele oude documenten gingen verloren (en mensen maar daar werd, gek eigenlijk, minder over gepraat). We vinden het instorten van een oud gebouw veel erger dan het instorten van een nieuwe flat. Een paar jaar geleden gingen door een aardbeving beroemde, oude fresco’s van Giotto verloren. Dat werd heel erg gevonden. We waren ze definitief kwijt. Wat we daar ook zagen was dat de Italianen bedroefd waren: ze zijn trots op hun kunstschatten en het verlies deed pijn.
Ik denk dat je nu al wel inziet dat die voorwerpen niet zomaar voorwerpen zijn. Misschien kun je je het nog beter voorstellen als je denkt aan voorwerpen die je zelf ergens bewaart. Brieven, knuffels, foto’s, een ketting. Mensen die het ongeluk treft dat hun huis in brand vliegt, zeggen vaak dat de nieuwe bank en de tv geen verlies zijn. Daar koop je weer een nieuwe van. De persoonlijke bezittingen, ja, die ben je echt kwijt.
Zie het museum als een schoenendoos met daarin een grote collectie persoonlijke bezittingen die herinneren aan het verleden van een land, een cultuur. Dat klinkt misschien raar, maar als we een snelle samenvatting willen hebben, of beter: een venster op het karakter van een bepaald land, dan gaan we meestal naar musea. Dat betekent ook dat de kennis van buitenlanders van Nederland zich vaak beperkt tot de musea. Ze kennen van Gogh, Rembrandt, Vermeer en Mondriaan en ze beweren ook nog eens dat die schilders hen iets vertellen over Nederland.

Nu wordt het lastig. Hoe zorgen we ervoor dat de voorwerpen ook tot ons spreken? Een schilderij zwijgt, beweegt niet eens. Een voorwerp is ook nogal stil. Vaak kunnen we de voorwerpen pas tot leven wekken als we extra informatie hebben. Maar die is vaak moeilijk beschikbaar in een museum. Op de bijschriften staat niet zo veel. Je kunt natuurlijk een audiogids meenemen en dan helpt je wel onderweg (ik vind het zelf nogal irritant eigenlijk, zo’n ding tegen mijn oor). Je kunt ook de catalogus kopen en allerlei boeken erover lezen, maar dat is wel weer erg veel werk. En je kunt goed opletten bij de geschiedenisles, maar daar wordt natuurlijk ook niet alles verteld.
Hoe dan wel? Nu, geduld is belangrijk. Een voorwerp, een schilderij geeft zijn geheimen pas langzaam prijs. Alleen maar kijken is niet genoeg. Je moet natuurlijk wel heel goed kijken en vaststellen wat je nu eigenlijk kan zien. Maar om goed te zien moet je ook allerlei kennis hebben. Denk maar aan de DaVinci code: daar zien we ook dat die kunsthistoricus heel veel weet en daardoor van alles in het schilderij ontdekt.
Zo, ik denk dat dit voldoende was voor de warming-up. We gaan eens proberen of we een paar schilderijen en voorwerpen beter kunnen bekijken. En oh ja, ga me nu niet vragen waarom we iets van het verleden willen weten. Iedereen is geïnteresseerd in het verleden. Jij ook. Alleen een dier leeft in het hier en nu. Soms verlangen wij ook naar een dergelijke gedachteloosheid, maar we zijn nu eenmaal mensen en daarom willen we weten hoe het heelal werkt, hoe de dinosauriërs eruit zagen, hoe een vliegtuig in elkaar zit en waarom de gebroeders de Witt in 1672 op gruwelijke wijze zijn vermoord. Geef maar gewoon toe.

Langzaam op weg naar het Haags Historisch Museum
Voordat je naar het museum gaat, is het een goed idee even rond te hangen op het Plein. Op het midden van het plein staat een glorieus standbeeld van Willem van Oranje. Ga dat eerst maar eens goed bekijken. Wat staat er op het bijschrift? Bedenk waarom dat standbeeld precies hier staat. Het is natuurlijk niet toevallig dat het voor de ingang van het gebouw van de Tweede Kamer staat.
Als je goed om je heenkijkt, zie je een mix van oud en nieuw. De nieuwe Tweede Kamer en het oude Binnenhof en als omkadering de nieuwerwetse ministeries. Ik vind die gebouwen eigenlijk niet zo mooi, maar dat kan aan mij liggen. Recht van de Tweede Kamer zie je het prachtige Mauritshuis, een 17e-eeuwse creatie van de beroemde architect Jacob van Campen. Het Mauritshuis, daar gaan we straks naartoe. We lopen eerst naar het Haags Historisch Museum. Dat ligt aan de Hofvijver. Loop langs het Mauritshuis en aan het einde van de straat vind je de ingang aan je rechterhand (links ligt de Hofvijver). In het museum bevindt zich een deel van de beroemde collectie Vaderlandse Geschiedenis van het Rijksmuseum te Amsterdam. In september gaat deze collectie terug naar het Rijksmuseum. We zijn dus net op tijd!

Op de eerste verdieping bevinden zich voorwerpen en schilderijen die te maken hebben met de Nederlandse Opstand en de Gouden eeuw. Gelukkig weet je hier al het een en ander vanaf omdat je daarover in hoofdstuk 4 en 5 van het Pharosboek hebt kunnen lezen.

De opdracht:
Nu wordt het tijd iets meer te zeggen over de opdracht. In het museum zul je van alles tegenkomen dat de herinnering aan de roemruchte beginperiode van Nederland levend houdt. Je moet een verslag maken dat een aantal voorwerpen/schilderijen uit het museum behandelt. Dat verslag kan allerlei vormen hebben. Je mag net doen alsof je een toeristische gids maakt. Je kan ook een collage maken. Of je maakt een klein geschiedenisboekje. Misschien wil je een filmpje ervan maken waarbij je zelf de tekst inspreekt (kijk maar eens op youtube hoeveel scholieren zo een werkstuk maken). De keuze is aan jou.
Het is handig als je een bepaald thema centraal stelt. Ik zal in de handleiding nog allerlei mogelijke thema’s voorstellen, maar om een beetje een idee te krijgen valt te denken aan:
- De grote helden van de Opstand en de Gouden Eeuw.
- Het dagelijks leven in de Gouden eeuw.
- Nederlanders en de zee (denk aan de handel en de zeeslagen)
- Nederland en de overzeese bezittingen (VOC en WIC).
- Ontdekkingsreizen.
- Kleding en mode in de zeventiende eeuw.
- Landschappen in de zeventiende eeuw (hoe zag Nederland er toen uit).
- Stillevens en wat dat ons vertelt over de tijd van toen.
- Relieken van grote Nederlanders (ik kom hier later op terug).
- De nieuwe trots van de Republiek in de strijd tegen Spanje.
- De strijd tegen de Spanjaard.

Tijd om het museum binnen te gaan. Ik ga natuurlijk niet alles in detail beschrijven, maar een paar topstukken krijgen extra aandacht.

Zaal I.
Hier vinden we voorwerpen en schilderijen die gaan over de Opstand. Je vindt een paar schilderijen over de strijd zelf (het beleg van ’s-Hertogenbosch en het Leids ontzet in 1574). Ook zien we een vrij brute actiescène waarin de Nederlandse vloot de Spanjaarden naar de zeebodem stuurt. Er zijn wapens waarmee gevochten werd en een mooie sierschild gemaakt van een schildpad.
We blijven even stilstaan bij de Geuzentekens. Op p. 72 van je Pharosboek kun je hierover lezen. In 1566 bieden de belangrijkste edelen in de Nederlanden een smeekschrift aan. Ze vragen aan Margaretha van Parma, de landvoogdes die in naam van Filips II de boel hier op orde moet houden, de strenge kettervervolgingen te stoppen. Filips II wilde namelijk net als zijn vader Karel V, het protestantisme uitroeien. In hoofdstuk 3 hebben we dat ook al gezien: in heel Europa is onrust en oorlog en dat allemaal om de 95 stellingen van Luther die hij in 1517 aan een kerkdeur heeft gespijkerd. In de Nederlanden waren veel mensen die de kritiek van Luther op de katholieke kerk terecht vonden. Ze kwamen in het geheim samen bij de verboden Hagepreken. Achter een haag (een heg), verscholen voor de Spanjaarden, werd daar het protestantse geloof verkondigd. Maar dat mocht dus niet. De ketters werden voor de kerkelijke rechtbank, de inquisitie, veroordeeld tot zware straffen. Soms zelfs de brandstapel!
Willem van Oranje was hierop tegen. De strenge vervolgingen maakten het volgens hem alleen maar erger. Willem stelde voor dat er gewetensvrijheid kwam. Hier is Willem van Oranje wereldberoemd om geworden. Hij vond dat de vorst niet voor zijn onderdanen mocht beslissen welk geloof ze aanhingen (bedenk hoe relevant dat is in onze tijd waarin sommige politici de Islam willen verbieden!!! Wat zou onze vader des vaderlands daarvan gevonden hebben?).
Willem van Oranje zat in een lastige situatie. Hij was namelijk stadhouder en dat betekende dat hij in naam van Filips II orde moest handhaven in de provincie. Maar hij keerde zich tegen de orders van Filips II die juist strenge vervolging wilde. Hier zien we een belangrijke reden voor de ruzie tussen Filips en Willem. Filips verdacht Willem ervan expres de boel op te stoken in de Nederlanden (zie hoofdstuk 4.3). Hoe dat ook zij, dat smeekschrift werd aangeboden en toen sprak een medewerker de beroemde worden tegen Margaretha ‘ce ne sont que de gueux’ (het zijn maar bedelaars). Hij vond de Nederlandse edelen dus bedelaars!! De edelen vonden dat wel grappig en namen dit scheldwoord over als eretitel. Daar komt de uitdrukking Geuzennaam vandaan. Denk bijvoorbeeld aan de geuzennaam van de supporters van Ajax. Maar laten we bij de echte geuzen blijven. Om uitdrukking te geven aan hun verzet tegen Fillips II maakten ze voorwerpen die hun verbondenheid uitdrukten. In de vitrine zie je daarvan prachtige voorbeelden. Op dit moment moet ik even mijn ontroering benadrukken. Is het niet prachtig dat we een splinter uit het verleden hier zo voor ons zien? Dit zijn voorwerpen uit een ver vervlogen tijd, voorwerpen die betekenis hadden voor de mensen toen! Het brengt die tijd ineens heel dicht bij. We zien en geuzenpenning, houten bedelnapjes, flesjes. Wie deze voorwerpen bij zich had, gaf uitdrukking aan zijn gevoel. Mensen konden elkaar herkennen als medestrijders. Dat doen we in onze tijd ook: denk maar aan voetbalshirts of bepaalde kleren of de gele armbandjes van Lance Armstrong. Voorwerpen drukken verbondenheid uit. Als je goed kijkt zie je ook een speldje in de vorm van een halve maan. Dat is een verwijzing naar de Turkse Sultan (een halve maan is het symbool van moslims). Omdat de Turkse sultan in oorlog was met Filips II, drukten de geuzen met de halve maan hun verbondenheid met de Turkse sultan uit. Ze hadden immers dezelfde tegenstander.

Even verderop zien we voorwerpen die te maken hebben met de verovering van de Zilvervloot dor Piet Heyn. Dat was eigenlijk een ordinaire roof van Spaans bezit. Maar goed, de Spanjaarden hebben ook niet geheel en al op eerlijke wijze deze rijkdom uit hun kolonie verkregen (lees hoofdstuk 1). Mijn favoriet is de beker van kokosnoot die een deel van de buit is geweest. Vraagje: waarvoor zouden de Nederlanders de schat gebruikt hebben?

In de hoek van de zaal zien we voorwerpen die te maken hebben met de Beeldenstorm uit 1566. Die geweldsuitbarsting tegen de katholieke kerk is misschien wel het echte startpunt van de Opstand. Filips II was woest. Hij stuurde de hertog van Alva naar Nederland en die had geen vriendelijke bedoelingen. We zien zijn portret naast dat van Willem van Oranje die er snel vandoor ging toen hij hoorde dat Alva in aankomst was. Willem van Oranje was nu echt openlijk ten strijde getrokken tegen Filips, maar de aftocht naar zijn familieslot te Nassau-Dillenburg was geen vrolijke. Hoe zou hij ooit de strijd kunnen winnen tegen de machtigste koning van de wereld?!

Zaal 2:
Hier vinden we de beroemde wandelstok van Johan van Oldebarnvelt. Hier hoort een heel lang verhaal bij, maar dat ga ik hier niet vertellen. De conclusie van het verhaal is dat van Oldebarnevelt, ooit de trotse leider van de Republiek, door toedoen van prins Maurits van Oranje, een kopje kleiner wordt gemaakt. Wat ik opnieuw wil benadrukken is dat dit voorwerp een verbondenheid uitdrukt. De aanhangers van van Oldebarnevelt hebben het ‘stokse’ bewaard als een aandenken aan hun held. Het lijkt op een reliek. Relieken zijn overblijfselen van een heilige, die in allerlei kerken van Europa bewaard worden. Een beroemde reliek is bijvoorbeeld het stoffelijke overschot van Franciscus van Assisi. Daar is een hele kerk omheen gebouwd. We hadden het daar al over. In die kerk bevinden zich de beroemde fresco’s van Giotto die beschadigd raakten bij die aardbeving. We komen straks nog meer relieken tegen.

We staan iets langer stil bij de schilderijtjes die gaan over de opstand van Claudius Civilis. Hier moeten we goed over nadenken, omdat het ons iets leert over het belang van geschiedenis. In je boek (4.4 staat van alles te lezen over deze opstand).
Goed, probeer je voor te stellen hoe de Nederlanders dachten tijdens de Opstand tegen Spanje. Het waren spannende en onzekere tijden. Door zich los te maken van Filips II, maakten de Nederlanden zich ook los van een deel van hun geschiedenis. Karel V was immers heerser over de Nederlanden geweest en voor hem weer andere vorsten. De Nederlanders willen opnieuw beginnen, maar om dat nieuwe begin betekenis te geven grepen ze terug op de geschiedenis van het Nederlandse volk. Hier wordt het lastig, want dit teruggrijpen op de geschiedenis; daar zat ook veel bij dat meer verbeelding was dan echte werkelijkheid. De Nederlanders probeerden een roemrucht verhaal uit het verleden op te diepen dat duidelijk maakten dat Nederland eigenlijk altijd al een vrijheidslievend volk was geweest, dat niets wilde weten van vorsten. Het verhaal over de opstand van Claudius Civilis bood hiervoor een mooie gelegenheid (dit verhaal is beschreven door Tacitus, een beroemde Romeinse geschiedschrijver). Lang geleden, toen de Romeinen heersten in een deel van wat nu Nederland is (de grens liep dwars door Utrecht. Daar zie je nog een herdenkingspaaltje die de grens van het Romeinse Rijk aangeeft. We noemen die grens de Limes). In wat nu Nederland is woonde een volkje, de Batavieren. Hun leider was Claudius Civilis en hij is in Opstand gekomen tegen de Romeinse keizer. Daarover gaan deze schilderijen. Het liep jammer genoeg niet goed af met Claudius, maar toch: het maakte wel duidelijk hoe dapper en hoe vrijheidslievend de Batavieren (en daarmee de Nederlanders) waren. De Staten generaal hebben deze schilderijen in 1613 hun vergaderzaal gehangen. Dit om natuurlijk bij elke vergadering weer moed op te doen om verder te gaan in de strijd tegen Spanje!
Op dit punt kunnen we meteen al vooruitwijzen naar ons bezoek aan het Mauritshuis dat ook nog op de agenda staat. De schilderijtjes zijn best aardig, maar misschien vind je ook dat het een beetje op een stripverhaal lijkt waarin alles net iets te glorieus wordt afgebeeld. In je boek (en hieronder) zie je een ander versie van hetzelfde verhaal. Het is een verbluffend meesterwerk van Rembrandt.


In de klas zullen we hierover een documentaire bekijken (The Power of Art van Simon Schama). Daarin krijgen we te horen dat dit schilderij grotendeels verloren is gegaan. Het is in stukken gesneden nadat het verwijderd was uit het grootse stadhuis te Amsterdam (niet toevallig van dezelfde architect die ook het Mauritshuis heeft gemaakt). Een deel van het schilderij handgt nu nog in Stockholm. De rest is verloren gegaan. Dus als je in Stockholm bent...
Terug naar de Amsterdammers. Ook de Amsterdammers wilden graag herinnerd worden aan het roemruchte verleden van Claudius en de Bataveren, maar ze vinden het schilderij van Rembrandt veel te echt. Claudius Civilis is hier een woeste barbarenkoning met een oog (het andere was hij in de strijd verloren). Samen met de samenzweerders zitten ze in een donker hol, klaar om de strijd aan te gaan. De Amsterdamse hoge heren vonden dat allemaal wat te duister. Liever zagen ze geschiedenis geschilderd in heldere, heldhaftige kleuren. Hoe kon je trots zijn op zo’n smoezelige barbarenkoning. Maar juist deze aandacht die Rembrandt had voor het woeste en heftige van de werkelijkheid is wat Rembrandt werk zo goed maakt. Het is een stuk interessanter om naar te kijken dan naar de schilderijtjes waar je nu voor staat.

Zaal 3:

Hier vinden we voorwerpen en schilderijen die herinneren aan de beroemde Nederlandse zeevaart (zie hoofdstuk 5). Mij absolute favorieten zijn de voorwerpen die gevonden zijn op Nova Zembla. De overwintering op Nova Zembla van Willem Barentszoon is echt een van de meest ongelooflijke verhalen ooit. Ik zal erover vertellen. Of misschien ook niet. Je kunt beter het wonderbaarlijke verslag lezen van Gerrit de Veer, een van de overlevenden van deze bizarre tocht. Op internet vind je en mooie site over de overwintering op Nova Zembla. Klik hier
Toch iets over de overwintering op Nova Zembla. We schrijven het jaar 1596. We zijn volop in oorlog tegen de Spanjaard. Dat heeft ook gevolgen voor de handel. Spanje en Portugal hadden veel overzeese bezittingen en de spullen die ze daar bemachtigden verkochten ze door aan Nederlanders die vervolgens de spullen doorverhandelden. Dat werd door de oorlog met Spanje lastig. Dus gingen de Nederlanders zelf op pad. De route naar Indië was echter lang, ver en gevaarlijk. Overal lagen daar vijandige schepen en het was ook erg warm onderweg en dat zorgde weer voor ziektes. De geleerde Plancius had een briljant idee: als we nu eens via het Noorden gaan, langs Scandinavië, hop, zo verder naar boven, langs Rusland en als we dan maar lang genoeg doorvaren komen we bij Indië. Veel korter, geen vervelende Portugezen en veel minder warm ook. Geniaal. Probleem was dat het zo koud was dat de zee het hele jaar bevroren was. Dan kom je niet ver met de boot. Willem Barentszoon kwam met zijn schip vast te zitten in het ijs. Er was geen weg meer terug. En nu komt het: de 17 bemanningsleden zijn er 8 maanden gebleven. Ze hebben van wrakhout een huis gebouwd en hebben ook nog eens maandenlang in het volstrekte duister daar geleefd omdat in het hoge Noorden in de winter de zon niet opkomt. Die klok komt uit ‘Het behouden huis’ op Nova Zembla. Ook het kleine buideltje waar dat briefje in zat. Eeuwen later zijn die spullen gevonden. Ongelooflijk echt. En Barentszoon, die stierf op de weg terug. Daarom heet de Barentszee de Barentszee.


Het behouden Huys


Verder zie je in de zaal een afbeelding van de markt van Batavia (waarom die naam?). Een portret van een trotse Nederlandse familie met een Afrikaanse bediende. Kijk ook goed naar de dure voorwerpen.

Zaal 4.
Hier zien we de gruwelijke relieken die herinneringen aan de moord op de gebroeders de Witt. Beluister en bekijk de video naast de vitrine met de uitgerukte tong van Johan de Witt en de teen van Cornelis de Witt. Elders in het museum zie je een schilderij uit de tijd dat Johan de Witt nog de machtigste man van de Republiek was (met 1667 als hoogtepunt). Maar ook machtige mensen kunnen diep vallen.
Vergeet ook niet de steen die doet herinneren aan Willem III. Wat heeft Willem III allemaal klaargespeeld?

Genoeg, we gaan naar het Mauritshuis. Of wacht, misschien kan het geen kwaad ook nog even naar boven te gaan. Hier zie je prachtige stadsgezichten van Den Haag. Misschien is dat wel het thema dat je verder wilt uitdiepen. In het Mauritshuis hangen ook stadsgezichten, waaronder het mooiste stadsgezicht ooit gemaakt!!!!



Het Mauritshuis
Goed, misschien heb je nog steeds geen zin het Mauritshuis binnen te gaan. Laat ik nog eens proberen je over te halen. De schilderijen die in het Mauritshuis hangen, worden zo bijzonder en mooi gevonden dat mensen er vanuit de hele wereld naar komen kijken. Ze komen helemaal uit Japan en Amerika. Jij hoeft alleen maar de fiets te pakken. Wat een rijkdom.

We beginnen met het toverschilderij van Vermeer: Het Gezicht op Delft.

Ik vind het moeilijk hierover te schrijven omdat het zo oogverblindend mooi is en er bijna geen woorden voor zijn. Maar daar schieten we natuurlijk niets mee op. We moeten proberen onder woorden te brengen wat er dan zo bijzonder aan is.

Het eerste dat we kunnen opmerken is het meest simpele: we zien hier een stadsgezicht van Delft. Er lopen hier een daar wat mensjes rond in de klederdracht van die tijd. Op het meest simpele niveau krijgen we hier een doorkijkje naar de zeventiende eeuw. Het is alsof we voor een venster staan en de wereld van toen voor ons zien liggen. Wat zag de wereld er toen anders uit. Wat een rust. Geen auto’s, randstadrail en grote flats. Als we naar het schilderij kijken is het bijna alsof we de zeventiende eeuw binnen kunnen lopen. Maar is dit een soort foto dan, vraag je je misschien af? Dat is inderdaad de vraag. Precies die vraag opent ons de weg om te begrijpen waarom dit schilderij zo bijzonder is, waarom de Nederlandse schilderkunst uit de zeventiende eeuw zo bijzonder is. Ik laat even een schilderij zien uit de 16e eeuwse Italiaanse Renaissance (Raffael, School van Athene, kijk ook in boek).


Dit schilderij gaat over de klassieke Oudheid. In het midden zien we de twee grote filosofen Plato en Aristoteles en verder zijn er nog meer geleerden en kunstenaars. Ook Leonardo da Vinci staat erop. Dat kan eigenlijk niet. Da Vinci leefde in een hele andere tijd. Dit schilderij is dus helemaal niet zoiets als een foto. Het schilderij wilde de grote bewondering voor de Oudheid uitdrukken die er tijdens de Renaissance was (weet je nog waarom ze de Oudheid zo waardeerden?).
In de Middeleeuwen en Renaissance waren dit soort schilderijen ook populair:




Schilderijen over Jezus en de bijbel, inderdaad. Nu, in de Nederlanden werden er natuurlijk ook schilderijen over Jezus en de klassieke Oudheid gemaakt, maar we weten ook dat er in 1566 een beeldenstorm isgeweest. Volgens de protestanten waren afbeeldingen van Jezus helemaal niet toegestaan! Rechts van Gezicht op Delft zie je een schilderij van van Saenredam. Zie maar hoe leeg de muren in deze protestantse kerk zijn. Vanwege de ideeën van de protestanten kwam er zodoende minder vraag vanuit de kerken naar religieuze voorstellingen. De schilders moesten dus op zoek naar andere onderwerpen. Bij Vermeer zien we dat goed. Soms zien we bij Vermeer wel religieuze afbeeldingen. Kijk maar naar dit schilderij dat nu (heel bijzonder!!) voor een paar maanden in het Rijksmuseum hangt (het is wel een beetje donker die achtergrond).




Op de achtergrond zie je een afbeelding van het Laatste Oordeel. Maar de nadruk ligt op het gewone en alledaagse!!! Dat maakt de Nederlandse schilderkunst zo bijzonder. Het gaat niet zozeer over mythologie of godsdienst of grote gebeurtenissen uit het verleden. We zien overal in het Mauritshuis gewone mensen, gewone landschapen, gewone stadsgezichten. Heel echt allemaal. Die nadruk op het zichtbare zien we ook terug in de wetenschap in de Republiek. Kijk later maar naar de lijkschouwing van prof. Tulp. Denk ook eens aan Anthonie van Leeuwenhoek, de uitvinder van de microscoop. Nog een voorbeeld: de beroemdste filosoof uit de zeventiende eeuw, Spinoza, was lenzenslijper.
Het gezicht op Delft heeft dus het alledaagse als onderwerp. Waarom zou dat interessant zijn? Nu, kijk eens hoe precies Vermeer alles heeft geschilderd. Let vooral op de lichtval en de prachtige wolkenlucht. De Nederlandse schilders konden als geen ander wolken en licht schilderen. Dat licht dat je in de schilderijen ziet is zo beroemd dat mensen uit het buitenland speciaal naar Nederland kwamen om het te zien. Kun je een reden bedenken waarom het Nederlandse licht zo bijzonder is? Jammer genoeg hangt Gezicht op Haarlem van Ruysdael momenteel nu niet in het Mauritshuis (of ik heb niet goed gekeken). Daar zijn wolken en lichtval zo mooi geschilderd.

Laten we verder gaan. Of beter: laten jullie verder gaan, want ik ga jullie nu met rust laten. Alleen dit nog: let vooral op de wijze waarop het alledaagse tot onderwerp wordt gemaakt. je ziet boeren en kermissen, ijspret, mensen die gewoon in hun kamer zitten, stillevens, de grote koeien van Paulus Poter (een persoonlijke favoriet) en we zien veel portretten van Nederlandse burgers. Het mooiste portret is toch wel het meisje met de parel. Maar ook Rembrandt maakte prachtige portretten.
Nu, kijk rustig rond en vergeet niet aantekeningen te maken voor je werkstuk!!!

Ellendige staat












Serie deel 8, beeldenstorm

woensdag 18 maart 2009

plaatjes


























De ellendige staet

'Den ellendigen staet der Nederlanden' waarmee het 'schrikbewind' van de hertog van Alva wordt verbeeld. In 1569 wordt al een dergelijke afbeelding als gravure gemaakt, maar dit soort schilderijen zijn later tijdens het Twaalfjarige Bestand (1609-1621) gemaakt om stemmen te winnen voor het voortzetten van de oorlog. Het propagandawerk herinnert aan het 'schrikbewind' van Alva en pleit daarmee voor het voortzetten van de oorlog totdat ook de Zuidelijke Nederlanden zijn bevrijd. Anderen wilden de scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden liever accepteren en vrede sluiten.
De hertog van Alva zit op een troon met een ordonnantie van Filips in zijn linkerhand en een scepter in zijn rechterhand. Kardinaal Granvelle blaast hem met een blaasbalg wraak en moordlust in zijn oor. De duivel houdt een keizerskroon boven het hoofd van Alva en een pauselijke tiara boven dat van Granvelle. Linksvoor staat de trouwe adel en aan de andere zijde van de troon staan raadgevers, waaronder leden van de Raad van Beroerten. Tussen deze mannen staan ter dood veroordeelde edelen (blootshoofds), mogelijk de graven van Egmond en Hoorne. Tussen twee scènes met wreedheden en executies is een doorkijk op de Grote Markt van Brussel te zien. Rechts op het schavot is de terechtstelling van de graven Van Egmond en Hoorne te zien. De mannen op het linker schavot worden op een 1569 gedateerde gravure geïdentificeerd als Johan de Casembroot, heer van Backerzeele uit het gevolg van de graaf van Egmond, en de Antwerpse magistraat Antoon van Straelen. Daarvoor vist Margaretha van Parma de bezittingen van de terdoodveroordeelden uit een vijver van bloed. Voor de hertog van Alva knielen de geketende Nederlandse maagden neer. De heilige schrift ligt vertrapt op de grond, net als de verscheurde privileges. Achter de Nederlandse maagden staan de edelen en statenleden die volledig onmachtig zijn. Alle rechten, vrijheden en het ware geloof zijn de Nederlanden door Alva ontnomen. Een spaarpot naast de troon van Alva verwijst naar de door hem voorgestelde belastingheffing van de honderdste, de twintigste en de tiende penning. Vooral tegen de tiende penning, een heffing op de verkoop van alle roerende goederen, bestaat veel verzet en die heffing wordt eerst afgekocht en vervolgens afgeschaft. (PDS 121)

Het thema 'de ellendige Staet' is anti-Spaanse propaganda. Daarom zijn er veel exemplaren van verspreid. Veel families die toen anti-Spaans of pro-Oranje waren, met name in het huidige België, hebben zo'n prent of schilderij in bezit. Het is onduidelijk waarom deze schilderijen juist tijdens en na het Twaalfjarig Bestand werden gemaakt. Misschien was het om het gemeenschappelijke van de verder gaande strijd te benadrukken en om ervoor te waarschuwen dat een situatie als onder Alva, met de godsdienstvervolging, niet mocht terugkomen. Al vanaf 1569, een jaar nadat de Spaanse koning Filips II Alva tot landvoogd had benoemd, werden dergelijke voorstellingen gemaakt. Aanvankelijk hadden alleen prenten het bewind van Alva als onderwerp, maar vanaf de zeventiende eeuw werd dit thema ook op schilderijen uitgebeeld. De harde maatregelen die Alva nam om het katholieke geloof te herstellen en de orde en rust in de Nederlanden te bewaren, stuitten op fel verzet. In veel pamfletten en boeken klinkt, net als op dit schilderij, de verontwaardiging door die Alva's beleid opriep.

De dood van Willem van Oranje, 1584

Willem van Oranje in koelen bloede vermoord

Delft, 10 juli 1584

Uit de bekentenis van de dader
Balthasar Gerards
Na al eens tevergeefs in Delft geweest te zijn, keerde Balthasar Gerards, een jonge edelman uit Bourgondië, begin juli 1584 terug naar Delft met het vaste voornemen om, uit naam van Filips II, Willem van Oranje uit de weg te ruimen. Nu kwam hij vanuit Frankrijk, met een brief waarin aan prins persoonlijk het overlijden van de hertog van Anjou, kort tevoren nog de landvoord over de Nederlanden, bekend werd gemaakt. Op het moment dat Gerards deze brief persoonlijk aan Oranje overhandigde, had hij tot zijn grote spijt geen wapen bij zich.
‘En sindsdien heb ik alle mogelijke middelen overwogen om mijn onderneming tot een goed einde te brengen. En ik heb vastgesteld dat er geen beter middel was dan op d prins van Oranje een pistoolschot te lossen op het moment dat hij naar de preek zou gaan, of wanneer hij beneden zou gaan eten, dan wel wanneer hij de maaltijd zou verlaten. En om dit voornemen uit te voeren heb ik gisteren twee pistolen gekocht. Ik heb de een gevuld met drie kogels en de ander met twee. Vandaag heb ik het pistool waar drie kogels in zate, leeggeschoten tegen de buik van de genoemde prins van Oranje. Gehinderd door zijn hellebaardiers, ben ik niet in staat geweest het tweede schot te lossen, wat me erg spijt en verdriet doet.


Delft in rouw gedompeld

10 juli 1584

Uit een anoniem pamflet
Al meteen in de dagen na de moord verscheen een pamflet onder de titel ‘Copie uit Delft’, waarin een goed ingevoerd persoon, mogelijk iemand uit de intieme kring rond Willem van Oranje, in briefvorm verslag deed van de gebeurtenissen meteen na de moordaanslag.
Met droefheid schrijf ik u, mijn goede vriend N., hoe hier zo deerlijk is omgekomen onze edele prins van Oranje, door ene Balthasar Serack [Gereards], een jongeman van lage adel, omstreeks 25 jaar oud, een dienaar van Caron, de voormalige burgemeester van Brugge, die kort tevoren vanuit Frankrijk de bevestiging had overgebracht dat Monsuer Monsuer, te weten de hertog van Anjou, overleden is, voor welke tijding hij nog geen zes dagen geleden dertig kronen onkostenvergoeding heeft gekregen uit handen van de Ontvanger-Generaal.
Op dinsdag 10 juli gebeurde het dat de prins, te Delft, in zijn logement van tafel opstond – waar hij geen andere vreemde gasten had gehad dan de burgemeester van Leeuwarden - , en de eetzaal uit wilde gaan, toen van opzij deze Balthasar op hem afkwam, en door zijn mantel heen een geweer afschoot, dat met drie kogels geladen was. Bij het schieten kwam hij dicht bij de prins, en raakte hem onder zijn hart, waarbij een van de drie kogels achter de schouder er weer uit kwam, en zo werden met één schot lever, longen en maag geraakt. De prins zeeg ineen tegen een jonkvrouw, die achter hem liep, en hij viel samen met deze dame op de grond. En dit waren zijn laatste woorden: ‘Och Heere, wees mij genadig, en bescherm mijn arme gemeente.’ Hierna gaf hij nog een of twee snikken en is toen gestorven. Hoe goed men zijn wonden ook onderzocht, die uitermate vreselijk en groot bevonden werden, en hoe men de wond ook uitzoog, er was geen remedie: de vrome, getrouwe heer moest erin blijven.
De verradelijke moordenaar meende te ontkomen en was al dicht bij de veste, toen hij door een page werd tegengehouden en er vervolgens vleen op afkwamen met wapens. Hij werd beschermd door een lange edelman uit de hofhouding van de prins, die bezwoer dat men hem levens in handen moest krijgen. Wat ook gebeurde. Hij werd goed vastgebonden. Toen hij werd weggeleid, vroeg hij: ‘Est il mort?’. Dat wil zeggen: ‘Is hij dood?’, daarmee op de prins doelend.
Ze zeiden: ‘Nee’. Hierover was hij treurig.
Het hele hof was vol droevenis en rouwbeklag, en iedereen die er was huilde. Alle harten waren vol deernis, zelfs een stenen hart zou bevangen zijn geraakt door dat huilen en weeklagen van de edele meisjes en vrouwen. Bovenal zag men groot hartenleed bij de jonge prinses , die, nu de prins op tafel was neergelegd, hem niet wilde verlaten. Het hele hof was vol van smart, de hele stad Delft was vol gerucht, de schutters waren meteen in de wapenen, alle hoeken en straten waren bezet. De stadsmuur en de poorten waren rondom gesloten, en werden bewaakt. (…)
De verraderlijke moordenaar werd meteen voorgeleid bij enkele heren: leden van de Staten, edellieden, en anderen die daartoe beroepen waren. Voor hen staande, werd hem gevraagd waarom hij dit feit gepleegd had. Waarop hij zeer brutaal antwoordde: als hij net niet al had gedaan, dan wilde hij het alsnog doen, met alles wat in zijn vermogen lag. De heren uitten dreigementen, en wilden alles van hem weten. Hij vroeg pen en inkt en beloofde zonder iets te verzwijgen alles te openbaren. Zo heeft hij alles bekend en hel hele verhaal begon zo, naar ik heb horen vertellen:
‘Ik Balthasar Gerards, een edelman, een geboren Bourgondië, beken dat ik dit plan al enige tijd geleden tegen de prins beraamd heb en dat ik mij bij een lid van de Raad van de prins van Parma verzekerd heb van de beloning van 25.000 kronen die in de ban van de prins door de koning van Spanje zijn uitgeloofd, Dit werd mij door de prins van Parma persoonlijk nog eens verzekerd. Op de vraag of ik mijn voornemen ook aan iemand heb geopenbaard, verklaar ik dat ik de principaal van de jezuïeten te Trier mijn zaak uit de doeken heb gedaan., en dat hij mij met mijn voornemen een goed vooruitzicht op de zaligheid heeft gegeven, en bovendien heeft hij mijn voornemen zeer geprezen. Daarna heb ik in Doornik een franciscaner monnik, met de naam Fredericus, in een biecht in kennis gebracht. Hij heeft mij daarin gesterkt, met zulk een genade, dat ik er in dit uur nog mijn rust in vind.’
Wat er verder in zijn bekentenis staat, zullen we nog wel te weten komen. Hij spreekt zeer brutaal en vermetel. Ik denk dat ze hem zijn moed nog wel zullen ontnemen. Want de volgende dag is de beul gekomen. Door dwang zal alles er hierna wel vollediger uit komen.


LIJKSCHOUWING VAN DE PRINS VAN ORANJE

'Meester Peeter Forestus ende Mr. Cornelis Busennius, Docteuren in de Medicynen der Stede van Delft, gevisiteert hebbende het Lichaam van Syne Excellentie, hebben verclaert, dat den Scheut is ingegaen, aende de slincke Syde, drie wingheren beneffens den Tepel van de Borste, ontrent een groot strootbreed neerwaerder dan den tepel staet, deur de vyfde ribbe, ende is voorts gepasseert door de Longher, daer nae deur de dunste membraneuse partye van het Middelrif, oft Diaphragma, ende van daer, deur de Crop van de Maeghe, ende also deur de zevenste ende achtste Ribbe, met quetsinghe over de slinkerzyde, hert aen de Spina dorsi, oft Paternoster van 't Rugghebeen, met twee gaten, met interstitie van een half stroot breet, weesende d'een groter dan d'ander.'


Reactie van de Staten van Holland op de moord op Willem van Oranje (uit de notulen 1584)
"10 juli
Na de middag omstreeks twee uur is Zijne Excellentie van tafel komend op de eerste nieuwe trap in zijn woning in Delft door een moordenaar, Balthasar Gerardts genoemd, doodgeschoten met een pistool geladen met drie kogels. Zijne Excellentie is volgens nader onderzoek terstond overleden na alleen nog gezegd te hebben 'Mon Dieu, mon Dieu, ayez pitié de moi et de ton pauvre peuple.' (Mijn God, Mijn God, heb medelijden met mij en met Uw arme volk).
11 juli na de lunch
Er is besloten, dat geen afgevaardigden naar Antwerpen gestuurd zullen worden, maar dat hen en ook de Staten van Brabant [...] het volgende bericht van bovengenoemd feit gegeven zal worden. 'Wij moeten U Edele bij deze berichten over het betreurenswaardige en lafhartige feit, dat heden na de middag omstreeks twee uur aan de persoon van Zijne Excellentie is begaan. Toen Zijne Excellentie van tafel kwam is hij met een kort pistool geladen met drie kogels doodgeschoten door een jonge man Balthasar Gerardts genoemd (hij is meteen na zijn daad gevangen genomen) [...] Hij bekende zijn daad gedaan te hebben voor de koning van Spanje en dat hij deze zaak eerst met een jezuïet in Trier en met een minnebroeder in Doornik, Gery genoemd, besproken had. ook had hij aan de prins van Parma geschreven [...], deze had hem naar zijn raadsheer verwezen [...]
Hoewel dit ongetwijfeld een groot verlies is voor het land - waarover wij allen zeer bedroefd zijn - toch hebben wij de moed om het algemeen belang te beschermen en niet te verslappen. Maar des te meer ... al die rechtvaardige zaken die wij tot nu toe met hulp van Zijne Excellentie zo voortreffelijk tot nut van ons allen, ter verdediging van onze vrijheden en privileges hebben voorgestaan, te beschermen en met Gods hulp tot een goed einde te brengen. [...] ook buitenlandse vorsten zullen ons hierbij steunen.
Wij hebben daarom het vaste vertrouwen dat [...] niemand zich zal laten verleiden met de Unie te breken [...] waarin wij ons allen verplicht hebben elkaar met alle middelen bij te staan. Hiermede, enz."


Balthasar Gerards sterft marteldood
Delft, 11-14 juli 1584

Door een Statenlid
Cornelis van Aerssen

Ondanks de snelle en uitvoerige bekentenis van Balthasar Gerards wilde men proberen door martelingen meet te weten te komen over eventuele medeplichtigen. Men was vooral bang dat de Fransen iets met de moord te maken zouden hebben. Cornelis van Aerssen, pensionaris van Brussel, deed in een aantal brieven aan zijn stadsbestuur verslag van de martelingen, die hij als afgevaardigde voor de Staten-Generaal van nabij kon meemaken.

[uit een brief van 11 juli 1584] Ik ben deze hele nacht en morgen aanwezig geweest bij de marteling van de misdadiger, en heb van mijn leven geen man met een grotere vastberadenheid en volharding meegemaakt. Nog geen ‘wee mij’ kwam er over zijn lippen, en hij heeft de hele foltering ondergaan zonder een woord te zeggen. Tijdens het verhoor heeft hij alle vragen op zeer correcte en samenhangende wijze beantwoord, waarbij hij af en toe vroeg:
Wat wilt u van mij? Ik ben bereid zelfs de wreedste dood te sterven. Niets had me van mij daad kunnen weerhouden en als ik vrij was, zou ik het zo weer doen, al moest ik duizend doden sterven.’ Meer heeft men niet uit hem gekregen, behalve dat hij zijn daad heeft voorbereid met d’Assonleville, in opdracht van de hertog van Parma. De Staten waren zeer bezorgd, omdat zij vreesden dat hij in dienst van een andere partij had gehandeld. Maar God zij dank is het tegendeel het geval, wat ons weer goede moed geeft. Hij si ook degene die hier het bericht over de dood van Zijne Hoogheid [de hertog van Anjou] heeft gebracht. Hij bekent dat hij in Frankrtjk, in het huis van Caron, zodanig heeft geïntrigeerd dat hij door deze hierheen is gestuurd met genoemd bericht en daarna nog eens om zijn daad te begaan. Als reden noemt hij het feit dat de prins van Oranje de Pacificatie van Gent heeft verbroken, en bovendien hoopte hij hierdoor het land terug te brengen binnen de rooms-katholieke kerk, waartoe het dertig jaar geleden nog behoorde. Ik zal Uwe Edelen zo spoedig mogelijk behalen wat hier verder geschiedt. […]

[uit een brief van 14 juli 1584:]
Deze brief dient slechts om u op de hoogte te stellen van het feit dat de moordenaar van de prins hedenmorgen ter dood is veroordeeld, nadat hij driemaal op verschillende wijzen was gefolterd. Daarbij had hij niet méér bekend dan wat ik u reeds in mijn twee voorgaande berichten heb geschreven en tevens in een uitgebreid verslag aan de staten van Brabant heb verhaald, die ik met klem heb verzocht u een exemplaar daarvan te sturen (en ik hoop aldus is geschied), ervan uitgaande dat men het afschrift niet heeft behouden. Na de terdoodveroordeling is de moordenaar onverwijld terechtgesteld, en wel op de volgende wijze: allereerst is hij op een schavot geleid en gekleed aan een paal gebonden. Voor zijn ogen heeft men het pistool waarmee hij zijn daad had begaan in stukken gebroken en aan het volk getoond.
Daarna is hij losgemaakt, uitgekleed en geblinddoekt opnieuw aan de paal gebonden.
Vervolgens heeft men zijn rechterhand (die waarmee hij het misdrijf had gepleegd) tussen een roodgloeiend wafelijzer geklemd, totdat deze bijna helemaal verbrand was.
Daarop is hij zesmaal met gloeiende tangen bewerkt.
Toen dit was geschied, is hij losgemaakt en nog levens op een bank uitgestrekt. Nu heeft men zijn geslachtsdelen afgehakt, zijn buik ongeveer tot aan zijn borst opengesneden, zijn ingewanden naar buiten getrokken, de onderste helft daarvan bijeengedrukt en vervolgens weggesneden. Tijdens dit alles is hij flink en bij zinnen gebleven, en heeft hij zachtjes gebeden, zoals aan het bewegen van zijn mond en lippen te zien was.
Nadat zijn borst was opengekliefd, werd zijn hart kloppend en wel uitgerukt en in zijn gezicht gesmeten. Op dat moment zag men hem de geest geven.
Ten slotte is hij gevierendeeld; zijn stoffelijke resten zullen aan de stadswallen worden gehangen.
Hij heeft al deze martelingen doorstaan zonder ook maar één keer ‘wee mij’ te roepen of een kreet te slaken, zonder zelfs maar lichaamsdeel terug te trekken of te bewegen.
Toen zijn armen waren losgemaakt, heeft hij met zijn hand, die zoals gezegd verbrand was, twee of drie keer naar de menigte het kruisteken gemaakt.
Nadat hij gistermiddag met een paar vetleren schoenen aan voor het vuur was geplaatst, had hij het roosteren van zijn voeten bijna twee uur lang op dezelfde wijze doorstaan.
Evenzo was het hem vergaan toen men lange pinnen tussen zijn nagels had gestoken.
Niemand begrijpt hoe het mogelijk is dat hij dit alles verdroeg. Maar hij was dan ook uiterst vastberaden, en men heeft nog nooit zoiets gehoord, zoals u uit dit relaas wel hebt kunnen opmaken.

dinsdag 10 maart 2009

Filmpjes over de Opstand

Vragen bij de clipjes en de afbeeldingen:

TIJDBALK INLEVEREN IN WEEK 26
- Belangrijkste personen, gebeurtenissen en oorzaken op basis van stripvehraal en filmpjes. Uiteraard is het de bedoeling dat je uitleg hierbij geeft.
- Mooie plaatjes erbij.
- Verzorgd werken graag.
- Gebruik een originele vorm: groot vel, boekje enz.

1. Oorzaken voor de Opstand.
Probeer zoveel mogelijk oorzaken voor de Opstand uit de clipjes te halen. Vorige les hebben we al drie oorzaken voor de Opstand opgeschreven, maar er zijn er nog veeeeeeeeeel meeeeeeeer. Het is handig om je in te leven in de mensen van toen: waarom waren ze zo boos. Nou, probeer maar eens te bedenken waarom mensen in onze tijd boos zijn. Vraag je ouders maar eens over wat ze van de belastingen denken en vergelijk dat met wat de mensen in de 16e eeuw dachten.

2.
Schrijf de belangrijke gebeurtenissen op voor de Tijdbalk.

3.
Schrijf de namen op van de belangrijkste personen. Maak een korte biografie van de hoofdpersonen. De hoofdpersonen moeten natuurlijk ook op de Tijdbalk komen. Zoek er mooie portretten bij.

Een goed beginpunt is de Tachtigjarige Oorlog in een stripverhaal. Hier kun je veel oorzaken voor de Opstand uithalen. De plaatjes kun je gebruiken voor de Tijdbalk.

Filmpjes:

Uit de serie: 'Het Verleden van Nederland"
aflevering 3.


Uit de de serie 'canonclips': Erasmus. Klik hier.
- Erasmus wordt in bovenstaande filmpje genoemd. Let goed op welke ideeën Erasmus over religievrijheid had. Die ideeen hadden veel invloed op Willem van Oranje, maar jammer genoeg niet op Filips II (en ook niet echt op Karel V). Je kunt ook informatie verkrijgen over de ideeën van Erasmus in hoofdstuk 3 paragraaf 4.

Uit de serie canonclips: 'Karel V'. Klik hier.
De vader van Filips II. Let op de relatie tussen Willem van Oranje en Karel. Let ook op de ambities van Karel V met de Nederlanden. Welke verschillen ontdek je tussen Karel V en Filips II?

De Beeldenstorm: uit de serie 'canonclips'. Klik hier.
Om de beeldenstorm te begrijpen, heb je natuurlijk kennis nodig uit hoofdstuk 3. Het kan nooit kwaad om dat nog eens te herhalen!!

Willem van Oranje. Canonclips. Klik hier.

Moordonderzoek naar de moord op Willem van Oranje


Tv-serie Willem van Oranje: (De serie geeft een goed beeld van de oorzaken van de Opstand. Voor de echte liefhebber: alle delen staan op youtube. Hieronder de eerste drie.)

Deel 1


deel 2:


Deel 3:


Afbeeldingen:

1. Klik hier.

2. Klik hier. Een overzicht van de beroemde schoolplaten van Ising. Speurtocht: haal de afbeeldingen eruit die over de Opstand gaan.

Gouden Eeuw

Uit de serie 'Het Verleden van Nederland':